Overwegingen
Overdenking
op zondag 15 januari 2012
Lezing
uit Prediker 12
Aan
het begin van deze overdenking maak ik, met Wim Sonneveld, even ruimte voor een stukje nostalgie. Bert,
jij had het daar, over nostalgie, vorige week tijdens je nieuwjaarstoespraak
ook al over en ik ontkom er vanmorgen niet aan…
Op
de voorkant van uw liturgie ziet u een afbeelding van het zgn. Kersendijkje.
Voor vele generaties Vaassenaars is het een begrip, dit laantje dat langs het
terrein van de Cannenburg loopt. De foto is een oude foto uit de tijd dat ik
nog ik Vaassen woonde want, voor wie het nu nog niet weet, ik ben hier in dit
dorp geboren en opgegroeid. Mijn vriendin woonde iets verderop hier aan de
Deventerstraat en ik ben dus vele malen langs dit kerkje gefietst, dat toen al
op deze plek stond. Maakt u zich dus geen zorgen dat ik verdwaald zou raken…
Omdat
mijn ouders hier nog wonen, ben ik verbonden gebleven met Vaassen. En ik heb in
de afgelopen, zeg 50 jaar veel zien veranderen.
Ik
ben geboren aan de Apeldoornseweg, tegenover het oude kerkhof. Mijn oma en opa
woonden daar en toen mijn ouders trouwden werd het huis geschikt gemaakt voor
dubbele bewoning. Tot op de dag van vandaag woont er familie van mij in dat
huis.
Het
geboortehuis van mijn moeder was een klein stukje verderop. Om precies te
zijn: op de plek waar nu de Chinees is.
Ik weet nog dat dat pand is gebouwd, er kwam toen een cafetaria in waar ze ijs
verkochten en slagroomwafels voor een kwartje.
Op
de plek waar ik als kind speelde, de Picobult, staan nu huizen. In de
achtertuin van mijn opa, waar hij kerstbomen kweekte, wonen nu ook mensen.
Om
het met Sonneveld nog maar eens te zeggen: de dingen gaan voorbij. Zelfs onze
aarde gaat eens voorbij, al duurt dat nog wel een paar miljoen jaar. De dingen
zijn vergankelijk, mensen zijn vergankelijk.
Ik
wil u nog weer even vragen terug te bladeren naar de voorkant van uw liturgie.
Want behalve dat nostalgische plaatje heb ik er ook een tekst opgezet. Die
prachtige uitspraak van Jezus, die we alleen in het evangelie van Thomas
tegenkomen. ‘Wordt voorbijgangers’.
Voor mij passen de tekst en de foto bij elkaar en ik wil het vanmorgen
met u over deze woorden van Jezus hebben.
Heel
even kort over het evangelie zelf. Het evangelie van Thomas is het bekendste
geschrift uit de vondsten bij Nag Hammadi in 1945. Het is minstens even oud, of
nog ouder dan de evangeliën die wij kennen. De geleerden zijn het daar nog niet
helemaal over eens.
Het
boekje is opgebouwd uit 114 logia waarvan er maar liefst 90 beginnen met ‘Jezus
zei…’ We hebben vanmorgen te maken met
de meest kernachtige uitspraak van Jezus die we kennen. Logion 42 is niet
langer dan de tekst die op uw liturgie staat.
‘Jezus
zei: Wordt voorbijgangers’. Behalve kernachtig is deze uitspraak ook
mysterieus. Anders dan in de evangeliën die we in de Bijbel aantreffen, is er
in het evangelie van Thomas geen verbinding met voorafgaande of nog volgende
teksten. Geen parabel of verhaal waarin Jezus zijn uitspraak toelicht of uitlegt.
Niets om ons aan vast te houden. We zullen het dus, ook vanmorgen, moeten doen
met die uitspraak: wordt voorbijgangers.
Wij
mensen hebben de neiging om te leven alsof we geen voorbijgangers zijn. We klampen ons vast aan ons bezit, hechten
ons aan relaties en timmeren aan een prettig leven met persoonlijk comfort.
Natuurlijk is daar op zichzelf niets mis mee maar we lopen hiermee wel de kans
egoïstisch, jaloers en liefdeloos te worden.
We verliezen het besef van de oneindige waarde van dit moment, van het
hier en nu.
De
aansporing van Jezus om voorbijgangers te worden heeft naar mijn mening alles
te maken met de levenskunst en de roeping waar Stephan de Jong het over heeft.
Het gaat daarbij, bij levenskunst en roeping,
volgens hem om het vormgeven van het ‘ik’ waardoor het mooier wordt en
de ziel niet verwaait.
De
ziel niet verwaait…. Wat een prachtige uitspraak. Als de ziel verwaait ben ik,
bent u als mens de mogelijkheid voor ‘bezieling’ kwijt en die bezieling hebben
wij nodig om ons leven inhoud en zin te geven. Om die unieke mens te zijn, die
wij bedoeld zijn te zijn.
Natuurlijk
mogen wij, moeten wij ten volle leven op deze aarde, in dit lichaam, in dit
unieke bestaan dat het onze is. Maar als we ons volledig nestelen in dit
tijdelijke huis, als we het venster op de eeuwigheid sluiten, dan verwaait onze
ziel en verliezen we het contact met ons werkelijke thuis.
En
dat brengt mij bij Prediker. Ik las u vanmorgen de laatste verzen uit dit
prachtige Bijbelboek.
Prediker,
de Hebreeuwse naam van de schrijver is Kohelet. Die naam ‘Prediker’ hebben wij
te danken aan ons aller onvolprezen Luther. Prediker leefde vermoedelijk zo’n
drie, vierhonderd jaar voor het begin
van onze jaartelling en waarschijnlijk woonde hij in Jeruzalem toen hij het boek
schreef. Helemaal zeker weten we dat niet.
In
de tijd van Prediker begon het hellenisme, de Griekse cultuur door te dringen
in de Joodse samenleving. Met de Griekse cultuur kwam er ook belangstelling
voor de filosofie. Traditionele visies kwamen onder druk te staan. Het was een
tijd vol onzekerheid en vragen.
De
schrijver van Prediker was naar eigen zeggen koning van Israel. Dat lezen we in
hoofdstuk 1. Of dat werkelijk zo was, weten we ook niet maar hij was in elk
geval een tovenaar met woorden. Op een weergaloze manier weet hij aan de
ongerijmdheid van het leven woorden te geven. Hij schrijft zijn boek aan het
einde van zijn leven en kijkt terug op wat er was. Hij doet dat met een
mengeling van humor en zelfspot en dat zijn ook juist de elementen die mij in
dit bijbelboek zo aanspreken.
Prediker
kijkt terug op zijn leven, op wat hij heeft gedaan. Verkeerd was het niet. Wel
heeft hij de betekenis van zijn activiteiten soms schromelijk overschat. Hij
heeft lang in de veronderstelling geleefd dat zijn daden hem onsterfelijk
zouden maken. Immers, hij was koning van Israel! Eeuwige roem, dat wilde hij
wel. En wie wil dat niet?!
Terugblikkend
op zijn leven moet hij een beetje om zichzelf lachen. Het mensenleven is nogal
kortstondig en stelt minder voor dan Prediker, en wij met hem, wel graag zouden
willen. Zeker, het kan een bron van vreugde zijn en is dat gelukkig ook vaak.
We blijven echter mensen en het leven stelt ons dikwijls voor raadsels waar we
geen raad mee weten.
‘Wordt
voorbijgangers!’ zei Jezus volgens Thomas. Tob niet over de dingen waar je toch
geen vat op hebt, maar probeer te ‘spelen voor Gods aangezicht’.
Als
ik in een poëtische bui zou zijn, zou ik dat ‘pelgrimeren voor God’ kunnen
noemen. Ik bedoel dat dan in tegenstelling tot bijvoorbeeld als toerist op pad
gaan. Een toerist neemt zijn zekerheden mee, zijn creditcard, zijn retourticket
en al zijn culturele vooroordelen.
Een
pelgrim, een voorbijganger doet dat niet. Hij volgt geen reisschema maar volgt
de roepstem van zijn ziel.
Een
voorbijganger volgt zijn roeping, is een levenskunstenaar. Hij verstaat de kans
om de vrijheid te nemen en zich te binden aan zijn eigen hoogstpersoonlijke
weg. De Jong zegt: ‘dat is maatwerk en heeft te maken met je eigen talenten,
geschiedenis en interesses.‘ Alleen zo
kan elk mensenleven een nieuwe en onherhaalbare bijdrage aan de wereld zijn.
‘Wordt
voorbijgangers’, zegt Jezus. Blijf niet staan maar volg je eigen weg. Durf de
uitdaging aan te gaan.
Vanmorgen
staan we aan het begin van een nieuw jaar, het jaar 2012. Niemand weet wat dit
jaar ons zal brengen. Het is spannend in Europa: hoe zal het gaan met de euro,
de eurocrisis. Zullen we als Europese volken kans zien om deze moeilijke
situatie het hoofd te bieden? Kunnen we de eenheid bewaren? En is die situatie
wel zo moeilijk? Waar gaat het eigenlijk over in ons leven?
We
staan ook als geloofsgemeenschap in Vaassen aan het begin van een nieuwe
periode.
U en ik, samen gaan we op weg het nieuwe jaar in.
Toen
ik deze dienst voorbereidde werd ik geraakt door de tekst in het boekje van
Stephan de Jong. Het stukje dat ik u vanmorgen las over levenskunst en roeping.
Over de zorg voor het eigen ik, voor de eigen ziel die moet worden gekoesterd,
zodat ze,
zoals
De Jong zegt, niet verwaait.
Onze
ziel heeft zorg nodig, een onderkomen. Professor Henk de Roest schreef daar een
boek over en hij gaf het de titel mee: ‘Een huis voor de ziel’. Het ligt voor
de hand om te denken dat hij daarmee, met dat huis voor de ziel, de kerk
bedoelt maar dat is toch niet echt zo. Ja, wel een beetje natuurlijk… Kerk en
ziel, ze horen al eeuwen bij elkaar, op allerlei kerkplekken worden ze met
elkaar in verbinding gebracht.
Maar
hij relativeert wel de kerk als instituut. Kerk-zijn, geloofsgemeenschap vormen
is meer dan een dak boven je hoofd hebben. Geloofsgemeenschap vormen is zorgen
voor elkaar. Geloofsgemeenschap vormen is ook open staan voor de mensen om ons
heen. Mensen hier in het dorp en in die grote omgeving daar buiten. De ‘kerk’
wordt zo de ontmoetingsplaats zoals vrijzinnige mensen het graag zien.
Gebeurtenissen,
levenservaringen worden, ook in onze tijd, in verband gebracht met God. Waar
dat gebeurt ontstaat, gebeurt kerk. Dat
is niet een statische kerk, maar een kerk
in beweging. Niet: de kerk is, maar de kerk gebeurt…..
Laten
we samen op weg gaan, het nieuwe jaar in. Als mensen die hier op deze plek de
kerk laten gebeuren. Een geloofsgemeenschap, volop in beweging met oog voor
elkaar en voor de mensen om ons heen.
Wordt
voorbijgangers, zei Jezus. Laten we dat zijn: voorbijgangers. Mensen die net
als Prediker, hebben geleerd om onszelf te lachen. Mensen die zich ervoor
inzetten om het beste in onszelf en in de ander naar boven te halen maar die er
de humor van kunnen inzien als het onbedoeld toch mis ging of anders uitpakt
dan wij het bedoelden.
Laten we voorbijgangers zijn. Laten we ervoor zorgen dat onze ziel
niet verwaait, dat we spelen voor Gods aangezicht. Dat we gedurende een aantal
jaren Gods creativiteit mogen verbeelden en teken van zijn menslievendheid
mogen zijn.
Over God in het leven van alledag
Beste vrienden,
Dr.Joanne Klink kreeg in de 60er en 70er jaren van de vorige eeuw bekendheid door haar moderne kinderbijbels en haar godsdienstpedagogische studies. Mevr.Klink, Remonstrants predikante, was één der eerste theologen in ons land, die bij de godsdienstige vorming wou aansluiten bij de leefwereld van het kind.
Bij het maken van overwegingen voor volwassenen knoopte zij ook aan bij hun belangstellingswereld, om dan te kijken, in hoeverre bijbel en geloof hierover een religieus licht konden laten schijnen.
Het heeft mij dan ook niet verbaasd, dat mevr.Klink ons Liedboek der Kerken aan dit uitgangspunt getoetst heeft. In veel liederen, zo concludeert mevr.Klink, wordt het leven als ellende beschreven. Het lijkt wel, verzucht ze, of deze wereld alleen maar een tranendal is.
Hoor mij, Heer, wil antwoord zenden,zie mijn bittere ellende,hoed mijn leven, U gewijd, stel uw knecht in veiligheid. Zo luiden de eerste regels van Psalm 86 uit ons Liedboek.
Waar vinden we liederen over het gewone leven van alledag en misschien over het geluk? In de gezangen,zo schrijft zij, wordt wel 100 keer gezongen over het hiernamaals. Het kerklied lijkt wel een vlucht naar hoger sferen. Zoals bijv.in gezang 254:
God in den hoog’alleen zij eer, en dank voor zijn genade.
Hebben onze dichters en componisten,die het Liedboek gemaakt hebben, zich niet teveel laten leiden door overgeleverde traditionele theologische opvattingen i.p.v. door het moderne levensgevoel? Waar blijft onze menselijke verantwoordelijkheid, zo eindigt zij haar betoog.
Gelukkig beschikken we nu over meer bundels dan mevr.Klink tot haar beschikking had, denk bijv. aan onze bundel “Tussentijds”.
De theologe mevr.Kune Biezefeld geeft in haar boek “Als scherven spreken”, over God in het leven van alledag, het onderzoek van Klink als een voorbeeld, hoe de bijbelse wereld en het leven van alledag uiteen kunnen lopen.
Bijbels archeologisch onderzoek bracht aan het licht,aldus Mevr.Biezefeld, dat er vroeger een vruchtbare verbinding was tussen het geloof en de leefwereld van de mensen. Er zijn in het oude Israël beeldjes opgegraven, waarop Jaweh,als God van de hemel, in een zegenende houding is afgebeeld met Asjera, als Godin van de aarde.
Jaweh was toen de oppergod,die ver van de mensenwereld,regeerde over de wereld en de mensen. Hij eiste gehoorzaamheid door geboden en verboden.
Asjera als godin van de aarde vertegenwoordigde de wereld van de natuur en de vruchtbaarheid. Zij stond dus dichter bij de leefwereld der mensen.
Later, in de tijd van de profeten, werd de verering van Asjera,als Godin van de aarde, bestempeld als geloofsafval. Vanaf toen ging het nog alleen om het geloof in die ene God . Kan het zijn,vraagt mevr.Biezefeld zich af, dat met haar verdwijning ook de vrouwelijke,menselijke kant van God verdwenen is en moeten we het voortaan uitsluitend doen met Jaweh,het mannelijke, strenge gezicht van God?
Want die profeten spreken,uit naam van die God, toch vaak een oordeel uit over het joodse volk en het joodse land. Zo profeteert Jesaja bijv.in Jesaja 24:
“De Heer verwoest de aarde en slaat haar kaal,hij ontwricht haar en verstrooit haar bewoners”.
Hoe ervaarbaar is sindsdien God in het leven van alledag,aldus mevr.Biezefeld.
In het geloof wordt ons menigmaal een rij getuigen uit de bijbel ten voorbeeld gesteld, maar hoe zij omgingen met het leven van alledag,dat onttrekt zich aan onze waarneming.
Ik vind dit een actuele discussie.
Ik denk nl., dat het protestantisme,daar beperk ik mij nu maar toe, de lijn van de profeten heeft doorgetrokken. Ook voor de reformatoren was God vooral die andere heilige,strenge God boven je en rondom je. Die strenge God vroeg om wetten en regels,meende men. En zo stolde het Evangelie tot een leer. Het geloof werd versmald tot ethiek van geboden en verboden:doen wat de leer je voorschrijft. Maar in het leven van alledag lopen mensen op tegen wat de natuur hun brengt: geboorte,ziekte, pijn,eenzaamheid,sterven. De theologe mevr.Biezefeld vraagt nadrukkelijk aandacht voor de ethiek van de kwetsbaarheid, het pastoraat, mensen nabij zijn.
Aan het vieren van het Paasfeest in haar kerk bewaart zij minder goede herinneringen. In verheven woorden werd over de opstanding gesproken, op zo’n hoge toon, dat zij dat niet kon meemaken. De beleving van het lente,waarop het Paasfeest toch teruggaat, in het leven van alledag, bracht haar meer in de stemming. De uitbottende bomen,de voorjaarsbloemen en de Paasgebruiken, allemaal tekenen van nieuw leven, die gaven haar pas een feestelijk Paasgevoel.
Veel mensen gaan helaas niet meer naar de kerk, omdat zij de persoonlijke beleving missen. Deze spirituele mensen ervaren God vaak als dichtbij in de stilte, in de schoonheid van de natuur, bij een meditatie, in de kunst,in vriendschappen, in de helpende handen aan een ziekbed, in de compassie met je dierbaren.
“Als ik door het grote raam van mijn kamer kijk, zei een meneer, en de voortdurende veranderende wolken zie en de oneindig blauwe lucht,dan voel ik,dat er een Geheim is,waarvan een allesomvattende liefde uitgaat”.
“Als ik het geluk van mijn dochter zie,toen ze trouwde, merkte een mevrouw op, zie ik daar iets van God in”.
“Ik zat bij een sterfbed van mijn vrouw, aldus een meneer, en er waren momenten,dat je het gevoel had,dat er een Barmhartige is,die ons mensen draagt”.
Deze mensen willen ook in een viering persoonlijk aangeraakt worden.De nadruk in onze tijd ligt immers terecht op de betekenis,die godsdienst heeft voor onze persoonlijke levensontplooiing. Mensen hebben behoefte aan de vrouwelijke,menselijke kant van God, aan warmte. Zij zijn van mening, dat onze kerken veel te verstandelijk en dogmatisch zijn geworden.De bekende protestantse religieuze denker en psychiater Gustav Jung heeft daarom in zijn werk gepleit voor het in ere herstellen van de Mariaverering. Hij ziet Maria, de moeder van Jezus, als een warme schakel tussen God en mens. Jung spreekt dan ook niet over de goddelijke Drie-eenheid, de Triniteit, maar over de goddelijke Vierheid, de quaterniteit.
Zo’n persoonlijke beleving in het leven van alledag,waar we aan voorbij kunnen gaan, is bijv.eenzaamheid. Het woord is afgeleid van het Middelnederlands: ein-sam, wat inhoudt: alleen zijn,aan je lot overgelaten.Iedereen verkeert wel eens in omstandigheden,die gevoelens van eenzaamheid oproepen. Eenzaam zijn is pas een probleem als de eenzaamheid het gehele gevoelsleven gaat overheersen en mensen hun leven daardoor niet de moeite waard vinden. Het leven krijgt pas zin als je het gevoel hebt dat andere mensen om je geven en van je houden,dat je aandacht hebt voor elkaar en genegenheid voor elkaar voelt.
Een relatie,die op de klippen loopt, kan gevoelens van eenzaamheid oproepen. Jonge moeders met ouderschapsverlof kunnen zich eenzaam voelen, zag ik op internet,omdat ze de collega’s missen. Bij oudere mensen ligt het meer voor de hand. Het netwerk dunt uit en dat kan gepaard gaan met eenzaamheid.
Een man van 64:
‘In dit blok ben ik de enige,die er vanaf het begin nog in zit. Het is elke keer wisselend en je maakt wel eens een praatje,maar echt contact is er niet”.
Een man van 84 jaar:
“Je raakt je vrienden kwijt hè. We hadden drie stel vrienden,waar we altijd mee op vakantie gingen,allemaal overleden”.Eenzame mensen kunnen haast niet op andere mensen terugvallen als er wat is. Als ze iets vervelends hebben beleefd,kunnen ze dat niet met een ander delen. Ook voor leuke dingen is er niemand in de buurt .
De meeste mensen omschrijven eenzaamheid als een gevoel van verdriet,leegte.
Bij een onderzoek in de gemeente Epe onder ouderen zei 40% zich eenzaam te voelen. Dat is ook mede de reden waarom ik vanmorgen deze beleving uitwerk.
Ook ik heb in het pastoraat eenzame mensen ontmoet. Een oude man zei tegen me: ik mis het samen doen met mijn vrouw, de gesprekken, de blikken van verstandhouding.
Ik dacht,zegt Ds.Werner in het voorgelezen gedicht:
Als de zon nu maar eens scheen of desnoods de maan. ’t Is nu zo stil hier om mij heen,ik wen er niet aan.
In onze moderne samenleving speelt individualisering een belangrijke rol. Mensen hebben de behoefte eerst aan zichzelf te werken,voordat zij iets voor een ander kunnen betekenen. Zelfverwerkelijking gaat vooraf aan zelfverloochening. En daar is niets mis mee. Vroeger liep men zichzelf wel eens voorbij. Maar de keerzijde van individualisering is o.a. eenzaamheid.
In de moderne literatuur is eenzaamheid dan ook een veelgekozen thema. Koningin Wilhelmina was misschien met haar boek “Eenzaam,maar niet alleen”wel haar tijd vooruit.
Zij had, ook na haar troonsafstand, nog veel mensen om zich heen,maar ze voelde zich vaak eenzaam.
Jezus had oog voor het leven van alledag,de menselijke kant van God. Hij heeft de verbinding tussen het geloof en de leefwereld der mensen hersteld. Dat blijkt ook uit het voorgelezen verhaal uit Johannes 5 over de zieke in het badhuis in Bethesda. Bethesda betekent: Huis van weldadigheid.
Iemand,een zeker mens, verlamd,wachtte al 38 jaar op iemand,die hem op het goede moment in het geneeskrachtige water brengt. 38 jaar,zegt de theoloog Jan Nieuwenhuis in “Johannes de Ziener”,is in de bijbel het getal van een generatie. Het volk van Israël had 38 jaar in de woestijn vertoefd,voordat het land van de Belofte binnen mocht trekken. En hele generatie haalde het niet,bleef daarvan verstoken. Een generatielang ziek zijn,dat zijn 38 moeilijke jaren.
De man was bovendien eenzaam,had niemand Het is niet goed dat de mens alleen zij,lezen we in het scheppingsverhaal. Deze tekst wordt meestal gekoppeld aan een huwelijksinzegening,maar hij slaat uiteraard op het ontbreken van een relatie in het algemeen. Want wij mensen zijn sociaal aangelegd.
Die man in al zijn misère wordt gezien door Jezus. Wil je gezond worden,vraagt hij. Dat is heel worden in de ruimste zin van het woord,niet alleen letterlijk weer op je benen staan, maar ook geestelijk, door een positieve instelling de negatieve spiraal van ik besta niet voor een ander, doorbreken. Sta op,til je ligmat op en wandel,ga de straat op, zegt Jezus.
Jezus zet die verlamde weer op de been. Wie terneerligt ,is alleen op te tillen door een deelgenoot,iemand die ziet en solidair is. Jezus was stellig een wonderdoener. Maar het grootste wonder voor mij is, dat Hij het leven van een eenzame, een uitzichtsloze weer perspectief geeft.
Maar de bewakers van de kerkelijke rechtsorde zien hun regels overtreden en roepen de wetverbreker ter verantwoording. Het is immers sabbath. De rabbijnen onderscheiden 39 manieren van arbeiden,die onder het sabathverbod vielen en daaronder viel ook het dragen van je matras.
Dit verhaal van vanmorgen neemt krachtig stelling tegen die theologische rechtlijnigheid. Wat Jezus nu doet, is geen ontkenning van die sabbath,noch een opheffing daarvan,maar een restauratie en voltooiing. Jezus herschept de sabbath tot zijn oorspronkelijke bedoeling;een dag van bevrijding te zijn,een waarachtig feest, ingesteld als herinnering aan de bevrijding van de slavernij van het volk Israël in Egypte. Een dag om mensen nabij te zijn.
Deelgenoot zijn van mensen,die door eenzaamheid terneerliggen, wat kunnen we als geloofsgemeenschap en persoonlijk pastoraal voor hen betekenen? De bekende communicatiewetenschapper Anne van der Meiden noemt in zijn laatste boek “Geloven op jaarbasis” het betrachten van ultieme humaniteit de meest wezenlijk taak van de hedendaagse kerk.
Als ik goed ben geïnformeerd, wordt er landelijk al nagedacht over liederen,waarin een meer persoonlijke toon getroffen wordt.
Ik las in het evaluatierapport over het onderzoek in Epe, dat er voor ouderen genoeg activiteiten gedaan worden, maar dat de bereikbaarheid ervan verbeterd zou kunnen worden door voor hen ‘s middags meer te organiseren. Er gebeurt al veel. We organiseren in Vaassen wat meer contactmiddagen, maar er zijn ook andere, laagdrempelige mogelijkheden, die aansluiten bij de belevingen van alledag.
Liefde houdt ons in het leven,daarop hebt Gij ons gebouwd, zongen we. Die liefde willen we niet alleen voor onszelf houden, maar persoonlijk en als geloofsgemeenschap doorgeven, om vooral,kwetsbare mensen, perspectief te geven.
Als de scherven spreken. Mevr.Biezefeld pleit voor een vruchtbare verbinding tussen theologie en de leefwereld der mensen. Jezus had oog voor de menselijke kant van God en bracht die in praktijk. En wij?Amen.